Op 22 februari 1992 berichtte de Nederlandse pers dat ons land bereid was 277 militairen naar Joegoslavië te sturen om deel uit te maken van de VN-vredesmacht UNPROFOR. Voor allen die in de maanden daarna bij 1 (NL) UN Signal Battalion werden ingedeeld, begon toen een bijzonder hoofdstuk. Na de eerste circa 350 militairen vervulden door een aflossingssysteem uiteindelijk ruim 2.100 militairen, gedurende tweeënhalf jaar, hun taak bij dit bataljon.
De aanloop
Oprichting van UNPROFOROm een einde te maken aan het bloedvergieten tussen Servië en Kroatië spraken beide partijen op 23 november 1991 in Genève een staakt-het-vuren af. Op 15 december 1991 omschreef VN-resolutie 724 het zogenoemde Vance-plan voor een vredesmacht, en op 21 februari 1992 stelde resolutie 743 de United Nations Protection Force officieel in.
Aan 31 landen werd gevraagd bij te dragen. Nederland werd verzocht een verbindingseenheid van circa 300 militairen te leveren om de strategische verbindingen binnen UNPROFOR op te zetten en te bedienen. Het Vance-plan voorzag in drie door de VN beschermde gebieden op Kroatisch grondgebied — de UNPA's in Oost-Slavonië, West-Slavonië en Krajina — waar de zwaarste vijandelijkheden hadden plaatsgevonden.
UNPROFOR telde uiteindelijk zo'n 14.000 mensen: twaalf infanteriebataljons, logistieke en ondersteunende eenheden, militaire waarnemers, politiewaarnemers en een civiele component. Als ondersteuning waren toegezegd een Canadees genieregiment, een Fins constructiebataljon, een Brits geneeskundig bataljon — en een verbindingsbataljon uit Nederland.
De formatie van het bataljon
Drie weken om klaar te staanOp 14 februari 1992 kreeg 101 Verbindingsgroep te horen rekening te houden met een verbindingsbataljon voor UNPROFOR; op 26 februari volgde de formele opdracht het bataljon te formeren. Staf 101 Verbindingsgroep nam de formatie op zich, terwijl de kern van de "oude" Staf 108 Verbindingsbataljon het werk op de werkvloer uitvoerde.
De instabiele situatie vereiste een uitzending op zo kort mogelijke termijn. Bij de analyse van de opdracht werd duidelijk hoe groot de uitdaging was: verbindingscentra moesten worden ontplooid in Kroatië, Servië en Bosnië, vaak honderden kilometers uit elkaar in zwaar geaccidenteerd terrein, zeven dagen per week op 24-uursbasis, met voor elk systeem een back-up. In volgorde van prioriteit werd uitgegaan van civiele PTT-lijnen met beveiligde telefoons, INMARSAT-satellietverbindingen en HF EZB-radiotelex.
Mensen, opleiding en rotaties
Het personele fundamentVoor de werving, screening, het medisch onderzoek en de opleiding was nauwelijks tijd — alles moest in krap drie weken rond zijn, terwijl tegelijk zestig voertuigen in VN-wit werden gespoten en beladen. Beroepsmilitairen werden aangewezen; dienstplichtigen konden, voor een missie buiten het NAVO-gebied, alleen op vrijwillige basis mee. Van de circa 1.200 aanmeldingen waren er te weinig radiobedienaars, een specialisme dat juist hard nodig was.
In de eerste week van maart 1992 werd de Sociale Coördinatie Commissie (SCC) gevormd, met onder anderen de psycholoog, de bedrijfsmaatschappelijk werker, de bataljonsarts en de geestelijke verzorgers. De commissie bewees vanaf dag één haar waarde en ontwikkelde een hulpverleningssysteem in fasen — van eerste opvang door de commandant van het verbindingscentrum tot, in het uiterste geval, repatriëring.
Omdat de Verbindingsdienst in fasen afloste, werd de eerste lichting ingedeeld in drie rotaties — 1A, 1B en 1C — die na vier, zes en acht maanden zouden worden vervangen. In april 1992 maakten elf vrouwelijke militairen deel uit van het bataljon.
Gereedstelling in Garderen
Saamhorigheid op de GenMaj. KootkazerneOp de GenMaj. Kootkazerne in Stroe kwam het bataljon samen. Om de saamhorigheid te bevorderen werd het personeel gegroepeerd naar sector en detachement, en al op 12 maart 1992 werd het eerste bataljonsappel gehouden. Het snel verstrekken van de nieuwe gevechtskleding en vooral van de blauwe baret had een sterk positief effect op de onderlinge binding.
In die dagen ontstond ook het bataljonslogo: binnen 48 uur lagen er drie ontwerpen, en de keuze viel op het inmiddels bekende embleem. Het werd aangebracht op T-shirts, stickers, briefpapier, mokken en het bataljonsschild.

Anekdote — de blauwe baret
Bij de hoofdpoort stond een grote wervingsposter voor de Luchtmobiele Brigade, met een militair met de rode baret. Iemand — naar later bleek ingedeeld bij het bataljon — schilderde die baret blauw. Hij werd voor het front van het bataljon vermanend toegesproken, maar betere reclame voor 1 (NL) UN Signal Battalion was nauwelijks denkbaar.
Verplaatsing en ontplooiing
Op weg naar het operatiegebiedIn maart 1992 vertrokken al drie "advance parties" naar het operatiegebied; de eerste arriveerde op 10 maart in Sarajevo en stelde één dag later de INMARSAT in bedrijf. Voor het hoofdkwartier en de bataljonsstaf werd een nieuw, kleurrijk geschilderd verzorgingstehuis gekozen, dat al snel het Rainbow werd genoemd, op loopafstand van het PTT-gebouw.
De hoofdmacht ging in twee slagen. Op 1 april vertrok een lange goederentrein vanuit 't Harde met zestig voertuigen; op 2 april volgden 229 militairen in zes touringcars vanaf de Kootkazerne. Op 3 april kwam alles samen in Zagreb.
Daarmee was 1 (NL) UN Signal Battalion op 3 april 1992 de eerste UNPROFOR-eenheid die volledig in voormalig Joegoslavië was aangekomen.Verplaatsing en ontplooiing
De eerste nacht werd doorgebracht op de vrijwel verlaten en deels door mijnen bezaaide JNA-kazerne "Pleso", door het terugtrekkende leger volledig leeggeroofd. Bij de doortocht door Novska, bij de "bordercrossing" tussen de Kroatische en Servische linies, werd het bataljon voor het eerst geconfronteerd met de gevolgen van de oorlog: een stad in puin, en personeel dat materieel zo'n duizend meter door niemandsland moest overladen omdat de voertuigen de linie niet mochten passeren.
De verbindingen: improviseren onder druk
PTT, INMARSAT en de EZB-radioDe aanname dat het PTT-netwerk grotendeels bruikbaar zou zijn, bleek al snel te optimistisch: de kwaliteit was onvoldoende, nieuwe landsgrenzen leverden problemen op en veel stations waren afgeschakeld of bezet. Het Kroatische Mobitelsysteem bood uitkomst, maar raakte overbelast toen ook de infanteriebataljons het gingen gebruiken.
De INMARSAT kampte aanvankelijk met veel uitval en een beperkte capaciteit, en de kosten liepen op tot enorme bedragen per maand. Naarmate het PTT-net verder wegviel, werd de satelliet op veel plaatsen tóch het primaire middel. De EZB-radio was traag, maar bleek maandenlang, dag en nacht, buitengewoon betrouwbaar — een eigenschap die juist in de zwaarste periode van onschatbare waarde zou blijken.
Belegerd Sarajevo
Van neutrale standplaats tot kruitvatKort na aankomst van de bataljonsstaf verergerde de situatie in Sarajevo met de dag. Onder het Rainbow werd een schuilkelder ingericht met watertanks en rantsoenen, en met de Zweedse en Noorse eenheden werd een alarmeringsplan opgesteld. Servische troepen onder generaal Mladic trokken zich samen in de bergen rond de stad; mortieren, tanks en raketopstellingen waren met het blote oog te zien.
Op 3 mei 1992 vernietigde Servisch geschut de telefooncentrale, waarmee de normale PTT-verbindingen wegvielen. De commandovoering moest voortaan steunen op enkele INMARSAT-stations en één EZB-radio. De situatie was volledig omgekeerd: in de UNPA's was het relatief rustig geworden, terwijl Sarajevo — ooit gekozen als neutrale standplaats — op een kruitvat zat. Voor het personeel was de RTL-4-ontvanger in deze dagen het belangrijkste venster op nieuws van thuis; kranten en post waren bij aankomst weken oud.
De aanval op Rainbow
14 mei 1992Op 14 mei 1992 omstreeks 05.10 uur opende de Servische artillerie het vuur op Rainbow. De eerste voltreffer kwam rond 07.30 uur in de eetzaal, die binnen enkele seconden was ontruimd. Slechts één militair — geen Nederlander — raakte licht gewond, maar veel materieel ging verloren. Ruim 250 mensen van een tiental nationaliteiten zochten dekking in de schuilkelder.
Dankzij het kordate optreden van twee militairen van SYSCOM werd de nog intacte INMARSAT van het dak gehaald en in de kelder geïnstalleerd, zodat er contact met de buitenwereld bleef. Twee dagen later, op 16 mei, verplaatste de bataljonsstaf zich in een grote colonne naar Belgrado — een rit van zo'n 412 kilometer die zestien uur duurde, met talloze roadblocks onderweg. In Sarajevo bleef een klein verbindingscentrum achter.

Dilemma's
Onpartijdigheid versus menselijkheidStrikte onpartijdigheid was een voorwaarde voor het slagen van de missie, maar in de praktijk vaak hartverscheurend moeilijk vol te houden. Voor het Rainbow verschenen zwangere vrouwen die hulp zochten, stromen vluchtelingen met al hun bezittingen, en gewonden met schotwonden. Keer op keer lieten Nederlandse militairen hun geweten spreken: gewonden kregen eerste hulp, vluchtelingen werden begeleid naar opvang, dorstigen kregen water.
Een ander dilemma — geweten tegenover "acceptabel risico" — liet zich het scherpst voelen in het geval van twee onderofficieren. De militaire leiding zag risico's; de politieke top achtte die aanvaardbaar. Toen de praktijk in het beschoten Sarajevo onhoudbaar bleek, keerden zij terug omdat zij de situatie voor hun personeel niet langer verantwoord vonden. Na hun weigering opnieuw te ontplooien werden zij gerepatrieerd en ontslagen — een pijnlijke episode die tot op de dag van vandaag tot nadenken stemt.
Uitbreiding, afbouw en waardering
Het resultaat van de inzetMedio juli 1992 werd Sarajevo de vijfde sector, en met de tweede uitbreiding van UNPROFOR ontstond het Bosnia Command. In oktober 1992 leidde dit tot het Nederlands/Belgische Transportbataljon. Tegen eind oktober telde 1 (NL) UN Signal Battalion bijna 500 militairen, verdeeld over ruim dertig locaties in drie landen, met onderlinge afstanden tot 800 kilometer. In 1994 keerden de EZB-radiostations terug naar Nederland en werd het bataljon per 1 september 1994 opgeheven.
Het belangrijkste resultaat was dat alle later arriverende infanteriebataljons — de eigenlijke vredeshandhavers — meteen over verbindingen konden beschikken. Het organisatie- en improvisatievermogen, de flexibiliteit en de talenkennis van de Nederlandse militair werden alom geprezen.
Vakkennis, taalvaardigheid, improvisatievermogen, creativiteit, initiatief en doorzettingsvermogen — zo kenmerkte de legerleiding de inzet van de vaak geïsoleerd opererende verbindingsdetachementen.Tevredenheidsbetuiging BLS, eind 1993
Eerste commandanten
Situatie april 1992 · commandant / plaatsvervangerDe volledige indeling — met alle verbindingscentra bij de infanteriebataljons en de sectorverbindingsofficieren — telde in april 1992 in totaal 317 militairen.










